HANDELSPOLITIEK

CEPA opent de markt, maar voor wie?

De handel tussen de Europese Unie en Indonesië krijgt naar verwachting een flinke impuls. Met het Comprehensive Economic Partnership Agreement (CEPA), dat naar verwachting begin 2027 in werking treedt, verdwijnen veel handelsbelemmeringen. Ook voor palmolie en daarvan afgeleide producten gaat de markt verder open. Maar wie profiteert daar uiteindelijk van?

MVO is voorstander van wederzijdse handelsliberalisering volgens het level playing field principe en beschouwt CEPA daarom in beginsel als positief. Het daadwerkelijke effect hangt echter af van de uitvoering. De afspraken moeten transparant en zonder onderscheid worden toegepast. Dat geldt vooral voor de Indonesische tariefvrije exportquota voor palmolie.


Daadwerkelijke toegang tot tariefvrije CPO?

De EU schaft bij de inwerkingtreding alle invoerrechten af op ruwe palmolie (CPO) en bewerkte palmolie uit Indonesië. Indonesië stelt op zijn beurt jaarlijkse exportquota voor de EU beschikbaar waarbinnen geen uitvoerrechten en heffingen gelden. De quota starten op 1,9 miljoen ton en worden negen jaar lang jaarlijks met drie procent verhoogd. Bij de start van CEPA is dat ongeveer twee derde van de huidige totale EU invoer van palmolie.



Grafiek 1: Jaarlijkse verhoging van het heffingsvrije palmoliequotum met 3%.


Voor MVO is niet het volume een bron van zorg, maar de ruimte die Indonesië lijkt te hebben bij de verdeling. De quota gelden voor ruwe en bewerkte palmolie, maar worden aanvragen voor beide straks gelijk behandeld? Of gaan de quota vooral naar exporteurs van bewerkte palmolie? In de eerste helft van 2026 bestond de Indonesische export naar de EU voor 98 procent uit bewerkte en slechts twee procent uit ruwe palmolie. Ook is onduidelijk of alle betrokken bedrijven toegang krijgen. De toepassing vraagt daarom om grondige monitoring en duidelijke afspraken.


CEPA destructief voor EU raffinadeurs?

Als de EU haar invoerrechten op bewerkte palmolie afschaft, terwijl Europese raffinadeurs geen daadwerkelijke toegang krijgen tot de voor hen essentiële ruwe palmolie, is dat destructief voor de palmolie verwerkende industrie.


Vooral Nederland heeft hierbij veel belang. Hier bevindt zich een groot deel van de Europese raffinagecapaciteit. Meer dan 40 procent van de EU invoer van palmolie uit derde landen komt via Nederland binnen en het grootste deel wordt hier bewerkt. In 2025 importeerde de EU 3,14 miljoen ton palmolie, waarvan Nederland 1,36 miljoen ton voor zijn rekening nam. Het aandeel ruwe palmolie bedroeg respectievelijk 53 en 78 procent.



Grafiek 2: Nederlandse invoer palmolie en aandeel Indonesië


Toch ontbreekt informatie over de verdeling van de exportquota. Op de drempel van het vierde kwartaal van 2026 en met CEPA in het vooruitzicht had deze informatie al beschikbaar moeten zijn. Het ontbreken ervan leidt tot grote rechtsonzekerheid voor de Europese verwerkende industrie.


Gevolgen voor andere leveranciers

CEPA verzwakt naar verwachting ook de concurrentiepositie van Maleisië, Papoea Nieuw Guinea, Guatemala, Colombia en Honduras. Palmolie uit Papoea Nieuw Guinea en de genoemde Latijns Amerikaanse landen kan door bestaande vrijhandelsakkoorden al zonder invoerrechten naar de EU. Met CEPA krijgt Indonesië hetzelfde voordeel. Bovendien kunnen Indonesische bedrijven binnen de quota zonder uitvoerrechten en heffingen exporteren.


Maleisië wordt daarmee de enige prominente exporteur waarvoor op de EU markt nog invoerrechten gelden. Het land heeft nu het grootste aandeel in de Europese palmolie invoer, maar die positie komt door CEPA behoorlijk onder druk te staan.


Grafiek 3: EU invoer palmolie (2025), landan van herkomst


Andere factoren

Naast CEPA kunnen de EUDR, hogere Indonesische biodieselmandaten en de toenemende Indonesische overheidsregie over kritieke grondstoffen de export naar Europa beïnvloeden.


EUDR

Terwijl CEPA handelsbarrières wegneemt, stelt de EUDR strengere duurzaamheidseisen aan palmolie en verschillende derivaten. Na twee keer een jaar uitstel en een vereenvoudiging vorig jaar lijken de regels vanaf 30 december te worden toegepast.


De Europese Commissie heeft de productlijst bovendien sterk uitgebreid met palmoliederivaten. De Raad en het Europees Parlement hebben daar binnen twee maanden geen bezwaar tegen gemaakt. Voor deze producten geldt een overgangstermijn tot 30 december 2027. In hoeverre bijvoorbeeld de geolocatie eisen de Indonesische export bemoeilijken, is nog moeilijk te bepalen.


Sterkere Indonesische overheidsregie

Indonesië wil meer grip op strategische grondstoffen en meer waarde in eigen land houden. Via PT Danantara Sumberdaya Indonesia (DSI), een staatsentiteit onder Danantara Indonesia, wil het de export van onder meer palmolie sterker centraal organiseren en meer invloed krijgen op exportstromen, opbrengsten en prijsvorming.


Voor Europese bedrijven is vooral relevant hoe deze regie zich verhoudt tot CEPA. Handelsliberalisering aan Europese zijde moet samengaan met daadwerkelijke markttoegang aan Indonesische zijde.


Meer palmolie naar biodiesel

Indonesië wil minder afhankelijk worden van geïmporteerde fossiele brandstoffen. Het verplichte aandeel biodiesel is dit jaar verhoogd van 40 naar 50 procent. Op 2 september kondigde de Indonesische viceminister voor Energie aan dat B60 voor 2027 is voorzien.


Voor B50 is circa 18 miljoen ton CPO nodig, voor B60 circa 22 tot 23 miljoen ton. De verhoging vraagt dus 4 tot 5 miljoen ton extra CPO. Ter vergelijking: de totale EU invoer van palmolie bedroeg in 2025 3,14 miljoen ton. B60 zou bijna de helft van de Indonesische palmolieproductie absorberen, die in 2025 op 50 miljoen ton werd geraamd.


De stijgende binnenlandse vraag zet de export van ruwe palmolie verder onder druk. Voor EU raffinadeurs vergroot dat het risico dat nog minder CPO uit Indonesië beschikbaar komt en daarmee het belang van zekerheid over toegang binnen de CEPA quota. Indonesië exporteerde in 2025 wereldwijd 23,6 miljoen ton palmolie, waarvan 13 procent ruw en 87 procent bewerkt.


Gewijzigde handelsverhoudingen

Tussen 2020 en 2025 daalde de totale EU invoer van palmolie met 56 procent, van 7,11 naar 3,14 miljoen ton. De invoer uit Indonesië daalde met meer dan 70 procent, van 3,38 naar 0,92 miljoen ton.


Nederland is met afstand de grootste EU importeur van vooral ruwe palmolie. Spanje en Italië waren jarenlang de grootste importeurs van Indonesische palmolie. De Spaanse invoer daalde van 1,3 miljoen ton in 2020 naar 166.000 ton in 2025. Italië ging van 1 miljoen naar 285.000 ton, waarvan in 2025 91 procent bewerkte palmolie was. Nederland passeerde Spanje vorig jaar als nummer twee.



Grafiek 4: Invoer palmolie EU en NL


De Indonesische export naar de EU is met circa 1 miljoen ton nog steeds substantieel, maar geen EU lidstaat staat in de top tien van bestemmingslanden. Die lijst wordt in wisselende volgorde al minstens tien jaar aangevoerd door India, Pakistan en China. In 2025 ontvingen zij respectievelijk 3,3, 3,2 en 2,6 miljoen ton Indonesische palmolie.






Voor meer informatie: Frans Köster