
VOEDING EN GEZONDHEID
Interview met Leendert Wesdorp
Euro Fed Lipid 2027:
het kruispunt van wetenschap en industrie
In 2027 komt het internationale Euro Fed Lipid Congress na ruim tien jaar weer naar Nederland. Ruim 600 wetenschappers en professionals uit de oliën- en vettenindustrie reizen af naar Rotterdam voor de nieuwste ontwikkelingen op het gebied van oliën en vetten. Leendert Wesdorp, voorzitter van het Benelux Lipid Network en nauw betrokken bij de organisatie, ziet het congres vooral als een kans om wetenschap en industrie dichter bij elkaar te brengen. Want juist waar nieuwe kennis en praktijkvragen samenkomen, ontstaan kansen voor innovatie.
Wie is Leendert Wesdorp, en wat doe je tegenwoordig?
Ik ben levensmiddelentechnoloog, gespecialiseerd in procestechnologie, en heb me in de loop der jaren vooral beziggehouden met oliën en vetten. Een groot deel van mijn carrière werkte ik bij Unilever, waar ik verschillende leidinggevende functies vervulde op het gebied van technologie, innovatie en R&D. Daardoor ben ik al lange tijd nauw betrokken bij de oliën- en vettensector. Tegenwoordig adviseer ik bedrijven op het gebied van levensmiddelentechnologie, innovatie en R&D-strategie en deel ik mijn kennis onder meer via de MVO Academy. Daarbij vind ik het belangrijk om niet alleen een advies af te leveren, maar ook betrokken te blijven bij de uitvoering. Ik wil zien dat het daadwerkelijk landt en waarde oplevert.
Jij hebt er mede voor gezorgd dat Euro Fed Lipid 2027 naar Rotterdam komt. Hoe is dat gelukt en waarom wilden jullie het congres juist hierheen halen?
Vanuit het Benelux Lipid Network vonden we het tijd om het congres weer naar Nederland te halen. Dat was ongeveer elf jaar geleden voor het laatst. Samen met de gemeente Rotterdam hebben we daarom een bid uitgebracht.
Zo’n internationaal congres in eigen land werkt stimulerend voor wetenschappers, studenten en technische mensen uit de industrie. Bovendien hebben we hier een grote oliën- en vettenindustrie. Doordat het congres in Rotterdam plaatsvindt, wordt het ook toegankelijker voor medewerkers van bijvoorbeeld kwaliteits- en ontwikkelingsafdelingen. Voor bedrijven is het nu eenmaal makkelijker om hen naar Rotterdam te sturen dan voor meerdere dagen naar een congres elders in Europa. Daardoor hopen we juist veel mensen uit de industrie te bereiken.
Wat kunnen we inhoudelijk van het congres verwachten?
Het is een wetenschappelijk congres met drie dagen vol presentaties, postersessies en ontmoetingen. Maar voor deze editie willen we nadrukkelijk ook kijken naar de toepassing van wetenschap. Je kunt een prachtige wetenschappelijke doorbraak hebben, maar vervolgens moet je kijken: kunnen we dit in de industrie toepassen en is het financieel haalbaar?
Daarom zien we ook graag bijdragen vanuit bedrijven. Geen reclameverhalen, maar inhoudelijke bijdragen over technische problemen, nieuwe ontwikkelingen en oplossingen uit de praktijk.
Jij bent voorzitter van het 'organising en scientific committee'. Wat houdt jouw rol in?
Mijn rol ligt vooral bij de inhoud: zorgen dat het programma aantrekkelijk en goed is. We hebben bepaald welke onderwerpen aan bod moeten komen, van vetoxidatie en processing tot biofuels, precision fermentation, analytical science en oleochemistry.
Voor de verschillende sessies zoeken we bewust mensen uit zowel de wetenschap als de industrie. De 'call for papers' staat inmiddels open. Als de inzendingen binnen zijn, gaan de sessieleiders die beoordelen en het programma verder samenstellen.
Je benadrukt sterk het belang van de verbinding tussen wetenschap en industrie. Waarom is die wisselwerking zo belangrijk?
Als je als industrie beter wilt zijn dan elders, moet je technologisch ook beter zijn. Daarvoor moet je weten wat er wetenschappelijk gebeurt.
De uitdagingen van de industrie moeten bekend zijn bij wetenschappers, zodat die hen kunnen inspireren om onderzoek te doen en oplossingen te ontwikkelen. Andersom ontdekken wetenschappers soms iets zonder precies te weten hoe het in de praktijk kan worden toegepast. Contact met de industrie kan dan helpen om tot een oplossing te komen die ook echt werkt.
Ook voor bedrijven met grote eigen R&D-afdelingen is het belangrijk om buiten het eigen dagelijkse circuit te kijken. Juist daar kom je andere kennis en andere manieren van denken tegen.
Welke wetenschappelijke en technologische ontwikkelingen vind jij momenteel het interessantst?
Er gebeurt veel. Analytische technieken worden steeds geavanceerder en ook 'green processing' en klimaatvriendelijkere productie krijgen veel aandacht.
Een ontwikkeling die ik bijzonder interessant vind, is lipidomics. Met moderne analysetechnieken kunnen we ineens honderden verschillende lipiden onderscheiden. Vervolgens kun je onderzoeken welke functie die stoffen hebben en wat ze bijvoorbeeld in het menselijk lichaam doen. Dat kan nieuwe inzichten opleveren voor voeding, gezondheid en productinnovatie.
Daarnaast zie je ontwikkelingen als precision fermentation en tailor-made fats. Ook klimaatverandering heeft gevolgen voor grondstoffen en supply chains. De levensmiddelenindustrie staat misschien niet bekend om spectaculaire innovatie, maar ik denk dat er momenteel duidelijk meer mogelijk wordt.
Waar raken het Benelux Lipid Network, Euro Fed Lipid en MVO elkaar?
Het Benelux Lipid Network is een van de elf nationale organisaties die samen Euro Fed Lipid vormen. Met MVO is er inhoudelijk veel overlap, omdat MVO-leden actief zijn in dezelfde sector waarin wij technisch en wetenschappelijk actief zijn.
Dat zie je bijvoorbeeld ook bij de MVO Academy, waar verschillende mensen uit ons netwerk hun kennis delen. Wetenschappelijke onafhankelijkheid blijft belangrijk, maar tegelijkertijd heb je contact tussen wetenschap en industrie nodig. Bedrijven hebben baat bij wetenschappelijke kennis en onderzoekers moeten weten welke vragen er in de praktijk spelen.
Wat hoop je dat mensen uit de Nederlandse oliën- en vettensector uiteindelijk uit het congres halen?
Inspiratie. Mensen uit de industrie kunnen ontdekken dat er andere manieren zijn om naar hun problemen te kijken. Wetenschappers ontmoeten op hun beurt mensen uit bedrijven die met vraagstukken bezig zijn waar zij misschien nog niet aan hadden gedacht.
Zelf ging ik vroeger soms met enige aarzeling naar dit soort grote congressen. Maar iedere keer kwam ik weer mensen tegen waarvan ik achteraf dacht: dit is interessant om op te volgen. Daar kunnen nieuwe contacten, onderzoek en toepassingen uit voortkomen.
Mijn oproep aan MVO-leden is daarom: zet het congres in je agenda en kom vooral kijken. En als je binnen je bedrijf werkt aan een interessante technische ontwikkeling of een vraagstuk waar anderen van kunnen leren, denk dan ook eens aan een inhoudelijke bijdrage. We zien juist graag meer bijdragen vanuit de industrie. Bedrijven die zich op een andere manier willen presenteren, kunnen daarnaast deelnemen aan de tentoonstelling of het congres sponsoren.

Voor meer informatie: Nicole Vervaet 
