ALGEMEEN

Interview met Ron van Noord

Foto 1: Ron in zijn beginjaren (1986)
Foto 2: Ron met collega’s bij Unilever (1990)

Al veertig jaar in de olie  

Veertig jaar geleden stapte Ron van Noord de oliën- en vettensector bij Unilever binnen. Wat volgde was een loopbaan langs vrijwel alle schakels van de keten: van handel, inkoop, verkoop en supply chain in food, feed en oleochemie, inspectie, raffinage en uiteindelijk de

keten- en handelsorganisaties MVO en NOFOTA. Zelf laat hij zich liever niet in een hokje stoppen. Misschien is dat juist de reden dat hij in de loop der jaren uitgroeide tot een generalist met een unieke achtergrond in de sector. We blikken terug met Ron op veertig jaar in de plantaardige oliën en dierlijke vetten.

 Hoe ben je eigenlijk in de wereld van oliën en vetten terechtgekomen?

Dat ging eigenlijk heel toevallig. Unilever had contact opgenomen met de schooldirecteur, met de vraag of er nog leerlingen waren die goede resultaten hadden behaald én meteen beschikbaar waren. Zo ben ik bij Unilever terechtgekomen. Op dat moment wist ik helemaal niets van de sector. Ik ben er blanco ingestapt. Als iemand mij toen had verteld dat ik veertig jaar later nog steeds in deze industrie zou werken, had ik hem waarschijnlijk niet geloofd.


Wat maakte dat je bleef?

Dat is nooit een bewuste keuze geweest van: “dit ga ik de rest van mijn leven doen”. Ik ben er ingerold en vervolgens kwam ik telkens nieuwe uitdagingen tegen. De rode draad was altijd olie en vet, en daaromheen heb ik veel verschillende bedrijven, functies en mensen leren kennen. Daardoor bleef het interessant.


Je hebt verschillende bedrijven en rollen meegemaakt. Hoe is dat zo gekomen?

Als ik terugkijk, ben ik eigenlijk met de ontwikkeling van de sector meegegroeid. Ik begon in een tijd dat grote bedrijven nog veel activiteiten zelf uitvoerden. Daarna kwam de periode waarin steeds meer onderdelen werden afgestoten en bedrijven zich gingen richten op hun kernactiviteiten. Ik ben letterlijk meerdere keren meegegaan in die veranderingen. Daardoor heb ik gewerkt bij verschillende soorten bedrijven, van Unilever, Schutter en Uniqema tot KrudoHSC, Wilmar en Maasrefinery. Achteraf gezien heeft dat me een breed perspectief gegeven.


Heeft één periode of functie je extra gevormd?

Dat vind ik een moeilijke vraag, omdat het soms ook afhangt van de levensfase waarin je zit. Toch denk ik dat de periode bij Uniqema voor mij heel belangrijk is geweest. Daar kreeg ik veel ruimte om mezelf te ontwikkelen en heb ik enorm veel geleerd. Tegelijkertijd kijk ik ook met veel plezier naar de afgelopen jaren bij MVO en NOFOTA en natuurlijk kijk ik uit naar de jaren die nog komen. Juist omdat hier alle ervaringen uit mijn loopbaan samenkomen.


Wat maakt die huidige rol zo interessant?

Door de jaren heen heb ik een breed perspectief op de sector ontwikkeld. Ik heb gewerkt met handelaren, raffinaderijen, laboratoria, inspectiebedrijven, producenten en brancheorganisaties. Daardoor begrijp ik vaak verschillende kanten van een vraagstuk. Bij MVO en NOFOTA komt dat goed van pas. Bovendien heb ik daardoor een groot netwerk opgebouwd. Ik ken mensen uit vrijwel alle onderdelen van de keten en dat helpt dagelijks. Van die mensen en dat netwerk krijg ik energie, en het zorgt ervoor dat ik het werk met plezier uitvoer.


Is de sector veel veranderd door de jaren heen?

Wat mij misschien nog wel het meest opvalt, is wat níet is veranderd. Het is al jaren een sector waarin mensen centraal staan. Het blijft een ‘people business’. Natuurlijk is het een commerciële sector en wordt er stevig geconcurreerd. Maar men zoekt elkaar ook altijd op en werkt actief samen in het belang van de industrie. Dat zie je ook terug in de samenwerking in werkgroepen en commissies bij MVO en NOFOTA. En als er ergens een fabriek stilvalt door een serieuze calamiteit, zijn concurrenten vaak bereid om in te springen. Die bereidheid om elkaar te helpen zie je al generaties lang terug in deze sector.


Wat maakt de combinatie NOFOTA en MVO waardevol?

Ik werk alweer bijna 14 jaar voor MVO en NOFOTA. Ik denk dat beide organisaties elkaar enorm versterken. Toen NOFOTA zich aansloot bij MVO ontstond er een situatie waarin kennis, ervaring en netwerken samenkwamen. Dat heeft beide organisaties geholpen. We kunnen gezamenlijk optrekken richting overheid, kennis delen en evenementen organiseren. Dat levert veel meer op dan wanneer iedereen op zichzelf zou opereren.


Je bent binnen MVO actief op onderwerpen als voedselveiligheid en dierlijke bijproducten. Is dat werk veranderd?

Wat ik vooral zie, is dat de hoeveelheid regelgeving enorm is toegenomen. Daardoor hebben bedrijven steeds vaker behoefte aan praktische ondersteuning. Vroeger lag de nadruk meer op beleidsontwikkeling voor de lange termijn. Tegenwoordig helpen we leden ook steeds vaker bij concrete vragen over interpretatie, uitvoering en handhaving van regelgeving. We fungeren steeds meer als brug tussen overheid en bedrijfsleven.


Als je terugkijkt op de afgelopen veertig jaar, waar ben je dan trots op?

Ik ben niet iemand die zegt: ''kijk eens wat ik heb bereikt.'' Je doet het samen met collega's en met de leden. Maar als ik terugkijk, ben ik trots op hoe organisaties zich hebben ontwikkeld. Toen ik bij NOFOTA betrokken raakte, had NOFOTA 132 leden en nu bijna 200. Het ‘Annual Dinner’ was een stuk kleiner. In 2011 kwamen er 570 deelnemers en tegenwoordig brengt het meer dan negenhonderd mensen uit de internationale handel, logistiek en industrie samen en wordt het gezien als een van DE oliën en vetten bijeenkomsten van het jaar. Als je ziet hoeveel contacten daar worden gelegd en hoeveel bedrijven er een eigen evenement omheen organiseren voor hun klanten, dan laat dat zien hoe sterk het netwerk is geworden.


Hetzelfde geldt voor de MVO-cursus. Wat ooit een kleinschalig initiatief was, is uitgegroeid tot een professionele cursus waar werknemers uit de hele keten samenkomen. Het mooie is dat mensen er niet alleen kennis opdoen, maar ook vaak hun eerste netwerk opbouwen. Regelmatig hoor ik dat oud-deelnemers elkaar jaren later nog weten te vinden. Dan zie je dat zo'n cursus meer is geworden dan alleen een opleiding. 


Wat zou je jonge professionals willen meegeven?

Investeer in persoonlijke contacten. Tegenwoordig verloopt veel communicatie digitaal, maar uiteindelijk blijft deze sector draaien om mensen. Ga naar bijeenkomsten, werk actief mee in commissies, praat met collega's en bouw een netwerk op. Niet omdat het moet, maar omdat je daar gedurende je hele carrière profijt van hebt. Ik hoop dat er een nieuwe generatie opstaat die net zo enthousiast wordt van deze sector als ik ben geworden. Voor organisaties als MVO en NOFOTA is het belangrijk dat jonge mensen zich betrokken blijven voelen. Uiteindelijk  hebben zij de toekomst.

Voor meer informatie: Ron van Noord