Interview met Roel Ebbinge van Noblesse

De verwerking van dierlijke bijproducten vraagt om zorgvuldige omgang met regelgeving, veiligheid en markttoepassingen. Wat betekent dat in de praktijk? Daarover spreken wij met Roel Ebbinge van Noblesse, MVO-lid en actief als producent van kippenvet en andere pluimvee-bijproducten.

Specialisatie in een uitdagende sector

De pluimveeketen staat, net als andere dierlijke ketens, voor interessante uitdagingen. Maatschappelijke aandacht, strengere regelgeving en onzekerheid over volumes maken dat bedrijven zich opnieuw moeten verhouden tot hun rol in de keten. Tegelijkertijd blijft de vraag naar veilige, hoogwaardige toepassingen van dierlijke bijproducten bestaan – en groeit die op sommige markten zelfs. Dat spanningsveld vormt de context waarin bedrijven als Noblesse opereren.


Noblesse richt zich nu nog uitsluitend op categorie-3-materiaal uit de pluimveesector. Die focus is destijds door de oprichters bewust gekozen. ‘Wij zijn dedicated poultry,’ zegt CEO Roel Ebbinge. ‘Dat betekent ook dat je heel scherp moet zijn op wat je wel en niet doet.’ Het bedrijf verwerkt bijproducten uit kippenslachterijen tot eiwitten en vetten die worden toegepast in onder meer petfood, aquafeed, diervoeders, biofuels en meststoffen.


Die positionering plaatst Noblesse op het snijvlak van feed en non-food. Food behoort nadrukkelijk niet tot de huidige scope. ‘Dat is een andere strategische richting en actueel in onderzoek’ aldus Roel. De gekozen focus brengt wel stevige eisen met zich mee op het gebied van veiligheid en compliance. ‘Alles wat hier binnenkomt, is afkomstig van goedgekeurde dieren. De regelgeving is helder en streng, en dat moet ook.’


Regelgeving als randvoorwaarde

De verwerking van dierlijke bijproducten is in Europa strak gereguleerd. Voor bedrijven in deze schakel van de keten is naleving geen onderscheidend element, maar een randvoorwaarde. Audits, certificeringen en toezicht maken structureel onderdeel uit van de bedrijfsvoering. ‘Je kunt daar niet creatief in zijn,’ zegt Roel. ‘Het is gewoon de basis.’


Tegelijkertijd verschuift de discussie in de sector steeds vaker van puur naleving naar de vraag hoe bedrijven omgaan met bredere maatschappelijke verwachtingen. Thema’s als CO₂-reductie, transparantie en goed werkgeverschap spelen ook hier een rol. ‘Dat zijn geen losse dossiers,’ stelt Roel. ‘Ze hangen allemaal samen met hoe je je bedrijf inricht en aanstuurt.’


Onzekerheid in de keten 

Externe gebeurtenissen, zoals uitbraken van vogelgriep, laten zien hoe kwetsbaar ketens kunnen zijn. Voor verwerkers van bijproducten vertaalt die onzekerheid zich vooral naar schommelingen in aanvoer. ‘Als slachterijen tijdelijk stilliggen of minder draaien, heeft dat direct effect op wat wij binnenkrijgen,’ legt Roel uit. ‘Dat maakt de planning minder voorspelbaar.’


De impact is anders dan bij pluimveehouders zelf, waar de gevolgen vaak ingrijpender zijn. ‘Het echte leed zit daar,’ erkent hij. ‘Bij ons gaat het vooral om operationele gevolgen verderop in de keten.’

 

Van volume naar waarde

Tegen de achtergrond van een veestapel die naar verwachting niet zal groeien, verschuift de aandacht in de sector steeds meer van volume naar waarde. Ook bij Noblesse vormt dat een belangrijk uitgangspunt. ‘Groei zit voor ons niet in meer tonnen,’ zegt Roel. ‘Maar in wat je met bestaande grondstoffen kunt doen, en wat de mogelijkheden zijn van nieuwe grondstoffen uit kip.


Die benadering past in een bredere ontwikkeling waarbij bedrijven zoeken naar nieuwe toepassingen en combinaties, binnen de grenzen van wetgeving en maatschappelijke acceptatie. ‘Je kunt geen categorie-3-materiaal food-grade maken,’ benadrukt Roel. ‘Dus moet je kijken waar je wél waarde kunt toevoegen.’ Dat leidt tot een strategie waarin innovatie en differentiatie centraal staan, zonder dat dit automatisch leidt tot schaalvergroting.

 

Vooruitkijken binnen grenzen

De toekomst van de sector wordt volgens Roel gekenmerkt door blijvende dynamiek. Beleidskeuzes, maatschappelijke druk en internationale markten blijven onzekerheden introduceren. ‘Het is aannemelijk dat volumes niet groeien,’ zegt hij. ‘Maar dat betekent niet dat er geen perspectief is.’


Voor bedrijven in deze schakel van de keten ligt de uitdaging vooral in het zorgvuldig navigeren tussen regelgeving, marktbehoeften en maatschappelijke verwachtingen. ‘Je moet accepteren dat complexiteit erbij hoort,’ stelt Roel. ‘En daar vervolgens je organisatie op inrichten. De huidige organisatie houdt zich voortdurend bezig het verbeteren en vernieuwen van grondstof, proces en product, innovatie is noodzakelijk en prachtig om te doen’.