DUURZAME GRONDSTOFFEN

TRAILS: de balans tussen ecologische ambitie en economische realiteit

Duurzaamheid en biodiversiteit worden vaak in één adem genoemd, maar zijn in de praktijk lastig te verenigen binnen grootschalige plantaardige olieproductie. TRAILS laat zien waar natuur en productie samenkomen – en waar die twee belangen uiteenlopen.

Experimenteren in een productielandschap

TRAILS is een meerjarig onderzoeks- en praktijkproject waarin kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en bedrijven samenwerken om te verkennen hoe productielandschappen anders kunnen worden ingericht, met aandacht voor ecologische veerkracht én economische realiteit.


Het project vertrekt vanuit een relevante vraag voor de sector: hoe kan palmolieproductie op niveau blijven in ecologisch kwetsbare gebieden, zonder de productieve functie van het landschap volledig los te laten? Door bomen toe te voegen aan bestaande plantages wordt gewerkt aan herstel van biodiversiteit, verbetering van waterbeheer en vergroting van klimaatbestendigheid. Daarmee verkent het project alternatieve vormen van landgebruik binnen een context die primair is gericht op productie.


Na vier jaar veldwerk heeft TRAILS een fase bereikt waarin de eerste lessen zichtbaar worden. In de Kinabatangan-regio in Sabah wordt binnen actieve palmolieplantages geëxperimenteerd met ‘agroforestry:’ het integreren van inheemse bomen in een landschap dat is ingericht op olieproductie. Dat laat zien dat ecologische doelen en landbouw elkaar niet per definitie uitsluiten, maar ook dat deze combinatie gepaard gaat met nieuwe complexiteit en afwegingen.


Efficiëntie blijft de maatstaf

Het is belangrijk om te benoemen wat TRAILS niet is. Agroforestry vormt geen directe vervanging voor geoptimaliseerde monocultuur. Vanuit procesoptimalisatie, mechanisatie en kostenefficiëntie blijft rij-na-rij teelt van één gewas de meest effectieve manier om grote volumes plantaardige olie te produceren. Juist die schaal en voorspelbaarheid vormen de basis van de huidige plantaardige olie-industrie.


Gemengde systemen brengen daarentegen extra complexiteit met zich mee. Beheer wordt intensiever, mechanisatie lastiger en opbrengsten per hectare minder voorspelbaar. Dat maakt opschaling uitdagend, zeker in een sector die draait op bulkproductie, leveringszekerheid en scherpe marges. Biodiversiteit stimuleren is waardevol, maar staat op gespannen voet met de logica van efficiëntie.


Leren van de beperkingen

Juist omdat TRAILS deze spanningen blootlegt, is het project relevant. Het laat zien waar ecologische winst mogelijk is binnen productielandschappen, maar ook waar grenzen zichtbaar worden. Het punt is nog niet bereikt waarop biodiversiteit bevorderende teeltsystemen in de buurt komen van de efficiëntie van volledig geoptimaliseerde cultivatie.


De wetenschappelijke begeleiding van het project, onder meer door CIRAD, speelt hierbij een belangrijke rol. Door ecologische effecten systematisch te monitoren, worden niet alleen successen zichtbaar, maar ook de afwegingen en beperkingen. Die kennis is waardevol voor een sector die voor grote transities staat op het gebied van duurzaamheid, landgebruik en klimaat, maar tegelijkertijd economisch levensvatbaar moet blijven.


Geen blauwdruk, wel een leeromgeving

Voor de plantaardige oliesector ligt de waarde van TRAILS niet zozeer in het presenteren van een kant-en-klaar model. Het project fungeert eerder als leeromgeving dan als een blauwdruk. Het helpt inzichtelijk maken waar innovatie mogelijk is, welke richtingen kansrijk zijn en waar economische en operationele realiteit grenzen stelt aan ecologische ambities.


Duurzaamheid is geen vrijblijvende keuze maar een structurele opgave. Tegelijkertijd kan verduurzaming in onze sector alleen bestaan wanneer zij in balans blijft met schaalbaarheid en economisch belang. TRAILS laat ons zien hoe complex die balans is, en waarom het gesprek daarover essentieel blijft.